Het archiefstuk van de maand september 2026…
- …laat ter gelegenheid van de Europese Mobiliteitsweek de voorpagina zien van een brochure uit 1929 over het „trolleybussysteem“ – een kruising tussen een bus en een tram.
- De Akense ingenieur Jean Paul Goosens wilde het ‘trolleybussysteem’, dat elders al in gebruik was, ook in Aken invoeren. De onderhandelingen met de bevoegde instanties liepen echter op niets uit.
- Van 16 tot en met 22 september staat in Aken en andere Europese steden tijdens de Europese Mobiliteitsweek (EMW) alles in het teken van duurzame mobiliteit.
Het stadsarchief van Aken zet regelmatig interessante stukken uit zijn depots in de schijnwerpers als ‘Archiefstuk van de maand’. Het stuk, met een korte toelichting, wordt tentoongesteld in een vitrine in de foyer van het stadsarchief aan de Reichsweg en is ook digitaal te zien op de website van het archief. In september 2026 is dat – ter gelegenheid van de Europese Mobiliteitsweek van 16 tot en met 22 september – de voorpagina van een exposé uit 1929 over het ‘trolleybussysteem’. Ook dit jaar draait het in Aken en andere Europese gemeenten tijdens de Europese Mobiliteitsweek (EMW) allemaal om het thema duurzame mobiliteit.
Verschillende technologische benaderingen voor het openbaar
vervoer In de loop van de industrialisatie was Aken in de 19e eeuw uitgegroeid tot een grote stad. Naast andere infrastructuur die in die tijd helemaal opnieuw werd aangelegd, was er behoefte aan openbaar vervoer om steeds meer mensen naar hun werk, naar huis en voor allerlei boodschappen te brengen. Voor de opkomende netwerken kwamen verschillende technologische benaderingen in aanmerking: na de aandrijving door paarden zouden aandrijvingen met petrochemische brandstoffen en elektrische energie volgen – er werd in Aken zelfs een aandrijving getest die werkte met chemische stoffen die met elkaar reageerden.
De ‘trolleybus’ – een kruising tussen een bus en een tram
. Al vóór de Eerste Wereldoorlog was er een kruising tussen een bus en een tram ontstaan: de ‘trolleybus’. Dit waren elektrische voertuigen die hun stroom uit bovenleidingen haalden. Zo konden bestaande bovenleidingsnetten van de trams ook voor bussen worden gebruikt. Tot op de dag van vandaag zijn er internationaal nog netten van dit systeem in gebruik.
Jean Paul Goosens pleit in Aken voor het ‘trolleybussysteem’
In 1929 pleitte de Akense ingenieur en ondernemer Jean Paul Goosens (1881-1951) voor de invoering van het ‘trolleybussysteem’ in zijn geboortestad, dat hij ook wel een ‘spoorloze bovenleidingbus’ noemde. Als oprichter van de in Brand gevestigde wagonfabriek J. P. Goossens & Co. (opgericht in 1913, vanaf 1917 J. P. Goossen, Lochner & Co., in 1921 overgenomen door de Linke-Hofmann Werke AG uit Breslau) had hij relevante ondernemerservaring en bood hij een soort totaalpakket aan: „Levering, financiering en exploitatie van complete bovenleidingsbanen“, inclusief „trajectuitrusting“ en „technisch advies“ met „rendabiliteitsberekening“ en „het opstellen van dienstregelingen“. Concreet had hij een trolleybuslijn voor ogen van Aken naar Alsdorf en verder naar Baesweiler. Onderhandelingen met onder andere de huidige ASEAG over de realisatie van het project liepen echter op niets uit.
Een exposé, vier voertuigtypes, tot 59
zitplaatsen. De hier afgebeelde voorpagina met de afbeelding van een trolleybus diende voor Goossens als exposé om voet aan de grond te krijgen op de Duitse markt. Daarin presenteert hij ontwerpen voor vier voertuigtypes: tweassige bussen in een kleine en een grotere uitvoering, en drieassige enkel- en dubbeldeksbussen, met een totale capaciteit tussen 28 en 59 zitplaatsen plus 10 tot 15 staanplaatsen. Foto’s en fotomontages laten zien hoe succesvol trolleybussen in Britse en Amerikaanse steden worden ingezet. Ook in Duitsland, zo legt Goosens uit, zou de invoering van het systeem worden onderzocht: „Daartoe vond in juli 1929 onder mijn leiding de eerste studiereis naar Engeland plaats om de bedrijven in Ipswich, Birmingham, Wolverhampton, Nottingham, Chesterfield, Maidstone en Hastings te bezoeken“. Een verslag over de studiereis, opgesteld door drie tramdirecteuren uit Duisburg, Essen en Düsseldorf, belicht de voordelen van de elektrische voertuigen.
Veel voordelen, maar klimaatbescherming speelt nog geen rol
. In vergelijking met traditionele trams benadrukt het rapport de lagere kosten doordat er geen spoorweginfrastructuur nodig is, de grotere flexibiliteit, de combinatiemogelijkheden met het spoorvervoer en de juridische voordelen. Ten opzichte van bussen op benzine werden de langere levensduur, de betere bedrijfszekerheid, de ruimtewinst in het interieur doordat de motor wegvalt en het geluids- en geurloze rijden benadrukt. Daarnaast was er de onafhankelijkheid van de internationale grondstoffenmarkt dankzij „goedkope elektrische energie uit binnenlandse zwarte en witte steenkool“. Ecologische duurzaamheid en klimaatbescherming waren nog geen argumenten – vooral omdat het systeem immers nog steeds op fossiele brandstoffen draaide.
Bronnen:
Stadsarchief Aken, collectie Mobiliteit en Verkeer, SLG 102-1.
Meer informatie over de Europese Mobiliteitsweek: https://aachenbewegt.de/kalender
Je kunt je hier abonneren op onze RSS-feed voor onze persberichten https://www.aachen.de/rss-feed-pressemitteilungen/rss.xml
